ECLI:NL:RBUTR:2012:BW5075
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing loonvordering na onterecht ontslag op staande voet wegens vermeende valsheid en arbeidsongeschiktheid
De werknemer, sinds 2002 in dienst als verkoopster, was sinds augustus 2010 arbeidsongeschikt en ontving een lager loon dan overeengekomen. De werkgever sprak op 2 december 2011 ontslag op staande voet uit wegens vermeende valsheid van een werkgeversverklaring en het niet nakomen van verplichtingen omtrent werkhervatting.
De werknemer stelde dat het ontslag onterecht was en vorderde loonbetaling. De werkgever kon de dringende reden voor ontslag onvoldoende aannemelijk maken, met name omdat het valselijk opmaken van de werkgeversverklaring niet overtuigend was bewezen en de werknemer volgens een recent medisch advies nog arbeidsongeschikt was.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag niet rechtsgeldig was, het loon moest worden doorbetaald tegen 70% van het brutoloon conform cao-regeling, en de wettelijke verhoging en rente werden toegekend. De kosten van het geding werden aan de werkgever opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de loonvordering van de werknemer wordt toegewezen.