ECLI:NL:RBUTR:2012:BW5087
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs diefstal met geweld en mishandeling
Verdachte werd verdacht van diefstal met geweld, poging tot afpersing en zware mishandeling op 17 april 2011 in Utrecht. De tenlastelegging omvatte onder meer het stelen van een portemonnee en telefoon, het mishandelen van het slachtoffer met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, en het plegen van geweld met het oogmerk de diefstal te vergemakkelijken.
Tijdens de zittingen op 21 oktober 2011, 13 januari 2012 en 22 maart 2012 hebben zowel de officier van justitie als de verdediging hun standpunten toegelicht. De officier van justitie vorderde integrale vrijspraak omdat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte betrokken was bij de feiten. De verdediging benadrukte het ontbreken van bewijs voor nauwe en bewuste samenwerking en uitvoeringshandelingen van verdachte, verwijzend naar jurisprudentie van de Hoge Raad.
De rechtbank oordeelde dat op basis van het dossier niet buiten redelijke twijfel kon worden vastgesteld dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van de tenlastegelegde feiten.