ECLI:NL:RBUTR:2012:BW7306
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.A. Kalveen
- J.P. Killian
- T. Reichardt
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling minderjarige dochter
De rechtbank Utrecht behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het mishandelen van haar toen 10-jarige dochter. De beschuldiging was gebaseerd op verklaringen van het kind en de aanwezigheid van blauwe plekken op haar lichaam, die mogelijk door mishandeling waren veroorzaakt. Diverse medische rapporten en deskundigenonderzoeken wezen echter op twijfel over de betrouwbaarheid van deze verklaringen en lieten ook andere mogelijke oorzaken van de blauwe plekken open.
Naast de medische stukken waren er verklaringen van derden die gebaseerd waren op wat het kind had verteld, maar de rechtbank was terughoudend in het gebruik hiervan vanwege de gespannen relatie tussen de ouders en het mogelijke loyaliteitsconflict waarin het kind verkeerde. Dit bracht twijfel over de vrijheid en betrouwbaarheid van de verklaringen van het kind.
De officier van justitie en de verdediging waren het eens dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om tot een bewezenverklaring te komen. De rechtbank concludeerde daarom dat de overtuiging ontbrak dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan het ten laste gelegde feit en sprak haar vrij.
Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht op 29 mei 2012, waarbij de voorzitter en twee rechters het vonnis mede ondertekenden.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van mishandeling.