ECLI:NL:RBUTR:2012:BW7561
Rechtbank Utrecht
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens vermeende vooringenomenheid
Op 9 mei 2012 diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen mr. [rechter], de rechter-commissaris die hem in een strafzaak hoorde op de vordering tot inbewaringstelling. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen was omdat deze voorafgaand aan zijn beslissing had aangegeven de voorlopige hechtenis niet te zullen schorsen zonder een volledige bekentenis.
De rechtbank oordeelde dat een rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die het tegendeel aantonen. Er waren geen feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigden. De opmerking van de rechter werd beoordeeld als onderdeel van een bredere afweging, waaronder ook persoonlijke omstandigheden van verzoeker.
Hoewel de volgorde van beslissingen op de vordering tot inbewaringstelling en het schorsingsverzoek niet ideaal was, zag de rechtbank hierin geen reden om aan de onpartijdigheid van de rechter te twijfelen. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de beslissing werd in aanwezigheid van partijen mondeling uitgesproken en schriftelijk vastgelegd.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.