ECLI:NL:RBUTR:2012:BW7753
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing administratief beroep examen burgerlijk procesrecht advocatuur
Verzoekster maakte bezwaar tegen de onvoldoende beoordeling van haar examen burgerlijk procesrecht binnen de beroepsopleiding advocatuur. De examencommissie verklaarde het bezwaar gedeeltelijk gegrond, maar handhaafde het onvoldoende oordeel. Vervolgens stelde verzoekster administratief beroep in bij het curatorium, dat dit deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaarde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de wetgever formeel heeft gekozen voor administratief beroep als bestuursrechtelijke voorprocedure, waardoor een optionele bezwaarfase niet is toegestaan. Het systeem van rechtsbescherming in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) sluit een dergelijke tussenstap uit, ook als deze optioneel is.
Hoewel het beroep gegrond werd verklaard en het besluit van het curatorium werd vernietigd, bleef de inhoudelijke beoordeling van het examen onvoldoende in stand, omdat de bestuursrechter niet inhoudelijk mag toetsen aan de hand van artikel 8:4 Awb Pro. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de griffierechten werden aan verzoekster vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het curatorium vernietigd, met in stand blijvende rechtsgevolgen.