ECLI:NL:RBUTR:2012:BW7867
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Bruins
- G. Perrick
- I.M. Vanwersch
- Rechtspraak.nl
Toewijzing ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel van 42.000 euro
De rechtbank Utrecht behandelde op 5 juni 2012 de ontnemingszaak tegen een veroordeelde die was veroordeeld voor medeplegen van handel in merkvervalste goederen en witwassen. De officier van justitie vorderde betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel, begroot op €42.000,-.
De verdediging voerde aan dat ten onrechte een beginsaldo van €0,- was gehanteerd en dat diverse inkomsten en kosten niet juist waren meegenomen, waaronder inkomsten uit legale arbeid, opbrengsten van een bedrijf, spaargelden, een lening van de vader en autokosten. Tevens werd een draagkrachtverweer gevoerd vanwege openstaande werkstraffen.
De rechtbank oordeelde dat het beginsaldo terecht op nul was gesteld omdat niet aannemelijk was gemaakt dat de veroordeelde over legale inkomsten beschikte. Ook werden de kosten en leningen in het voordeel van de veroordeelde meegewogen, waardoor het bedrag aan onverklaarde uitgaven juist hoger zou zijn. Het draagkrachtverweer werd verworpen omdat de veroordeelde geacht werd in staat te zijn inkomsten te genereren. De rechtbank legde de betalingsverplichting van €42.000,- op aan de veroordeelde.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €42.000,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de staat.