ECLI:NL:RBUTR:2012:BW8031
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Grapperhaus
- M.J. Veldhuijzen
- R.P. den Otter
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor schuld aan dodelijk verkeersongeval met vrachtwagen door onoplettendheid
Op 9 oktober 2010 veroorzaakte verdachte, bestuurder van een vrachtwagencombinatie, een verkeersongeval op de Rijksweg A28 waarbij meerdere voertuigen betrokken waren en de bestuurster van een Saab om het leven kwam. De rechtbank constateerde dat het zicht van verdachte werd belemmerd door de laagstaande zon en dat verdachte met een hogere snelheid reed dan verantwoord was, zonder tijdig te remmen.
Hoewel verdachte een verkeersovertreding beging door onvoldoende snelheid aan te passen en niet tijdig te stoppen, kon de rechtbank niet vaststellen dat sprake was van grove of aanmerkelijke schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994. Verdachte verklaarde dat het een moment van onoplettendheid betrof, wat onvoldoende is voor schuld in die zin.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit, namelijk het veroorzaken van het dodelijk ongeval door schuld, maar verklaarde het subsidiair ten laste gelegde feit, het veroorzaken van gevaar op de weg, bewezen. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van € 2.000,- waarvan € 1.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een rijontzegging van 18 maanden.
De rechtbank hield rekening met de ernstige gevolgen van het ongeval, waaronder het overlijden van het slachtoffer, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die geen eerdere veroordelingen had en aangaf geraakt te zijn door het incident.
De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht op 27 februari 2012.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van schuld aan het dodelijk ongeval maar veroordeeld voor verkeersovertreding met geldboete en rijontzegging.