ECLI:NL:RBUTR:2012:BW8241

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
4 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16-600155-11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14g Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging bijzondere voorwaarden na voorwaardelijke veroordeling

De officier van justitie vorderde de tenuitvoerlegging van een aan veroordeelde opgelegde straf na een voorwaardelijke veroordeling. De verdediging stelde dat de vordering afgewezen moest worden, mede omdat de reclassering ook verantwoordelijk was voor het niet goed verlopen van afspraken en verzocht om een nieuwe kans voor veroordeelde.

Tijdens de zitting verklaarde de woonbegeleider van veroordeelde dat de begeleiding goed verloopt. De reclasseringswerker adviseerde eveneens om de vordering af te wijzen. De officier van justitie sloot zich hierbij aan.

De rechtbank oordeelde dat het in het belang van veroordeelde is dat de begeleiding wordt voortgezet en wees daarom de vordering tot tenuitvoerlegging van de bijzondere voorwaarden af. De beslissing werd uitgesproken op 4 juni 2012 door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van bijzondere voorwaarden af en laat de begeleiding voortzetten.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Parketnummer: 16/600155-11
Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging ex artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht
In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen
[veroordeelde],
geboren op [1991] te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [woonplaats],
heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van een aan veroordeelde opgelegde straf. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.
1 De procedure.
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
- het vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank d.d. 27 oktober 2011;
- de vordering van de officier van justitie d.d. 28 maart 2012;
- de voortijdige negatieve beëindiging van Reclassering Centrum Maliebaan, opgesteld door D. Djorai, d.d. 29 maart 2012;
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 april 2012, waarbij de zaak is aangehouden.
Tijdens het voortgezette onderzoek ter terechtzitting van 21 mei 2012 is de officier van justitie gehoord.
Tevens is de veroordeelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. D.C. Dorrestein, advocaat te Utrecht.
Tevens is de heer Admani, woonbegeleider van veroordeelde, gehoord.
2 De beoordeling.
Ter terechtzitting heeft de officier van justitie medegedeeld dat zij telefonisch contact heeft gehad met de reclasseringswerker van veroordeelde, mevrouw Djorai. De officier van justitie heeft medegedeeld dat uit dit telefoongesprek is gebleken dat de reclassering adviseert veroordeelde niet terug te laten gaan naar de gevangenis. De officier van justitie sluit zich daarbij aan en heeft zich op het standpunt gesteld dat haar vordering dient te worden afgewezen.
De verdediging heeft zich tevens op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat de reden dat de afspraken bij de reclassering niet goed zijn verlopen ook deels te wijten is aan de reclassering. De verdediging heeft verzocht veroordeelde nog een kans te geven.
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de vordering na voorwaardelijke veroordeling dient te worden afgewezen. De rechtbank overweegt daartoe dat de woonbegeleider van veroordeelde, de heer Admani, heeft verklaard dat de begeleiding goed verloopt. Voorts heeft de reclasseringswerker van veroordeelde, mevrouw Djorai, -zo blijkt uit de informatie van de officier van justitie- geadviseerd de vordering af te wijzen. De rechtbank is van oordeel dat het in het belang is van veroordeelde dat de begeleiding wordt voortgezet en zal daarom de vordering afwijzen.
3 De beslissing.
De rechtbank wijst de vordering na voorwaardelijke veroordeling van de officier van justitie d.d. 28 maart 2012 af.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.S. Koppert, voorzitter, mr. A. van Maanen en mr. C.A.M. van Straalen, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier T.M.J. Belinfante en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 4 juni 2012.