ECLI:NL:RBUTR:2012:BW9416
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor ontbreken Verklaring omtrent het gedrag bij stagiaire kinderdagverblijf
Op 8 juni 2011 constateerde een toezichthouder van de GGD bij een controle dat een stagiaire werkzaam bij het kinderdagverblijf ’t Olefantje geen Verklaring omtrent het gedrag (VOG) had overlegd, wat een overtreding is van artikel 1.50 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko).
Verweerder legde op 30 september 2011 een bestuurlijke boete van €3.000 op aan eiseres, de houder van het kinderdagverblijf, omdat de stagiaire niet voldeed aan de VOG-verplichting. Eiseres betwistte dat een stagiaire als 'werkzaam' in de zin van de wet moet worden beschouwd en voerde aan dat een arbeidsovereenkomst vereist is, wat de rechtbank verwierp.
De rechtbank oordeelde dat de stagiaire wel degelijk werkzaam is in de zin van de Wko, omdat zij mede belast is met de zorg voor de kinderen. Ook stelde de rechtbank vast dat de wettelijke grondslag voor de boete voldoende duidelijk is en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel niet slaagt.
De rechtbank bevestigde dat de opgelegde boete in overeenstemming is met het handhavingsbeleid en dat geen reden bestaat tot matiging. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd wel veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €437 vanwege een schorsing op verzoek van verweerder tijdens de zitting.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de bestuurlijke boete van €3.000 wegens het ontbreken van een VOG voor een stagiaire en verklaart het beroep ongegrond.