ECLI:NL:RBUTR:2012:BW9455
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E.M. Kranenbroek
- C.A.M. van Straalen
- M.S. Koppert
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor aanwezig hebben hennep en hasj
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het opzettelijk aanwezig hebben van henneptoppen en een bruine substantie die indicatief als hasj werd getest in een woning die door zijn vader werd gehuurd. De officier van justitie stelde dat verdachte samen met anderen 98 kilogram hennep en 726 gram hasj had bereid, bewerkt, verwerkt of opzettelijk aanwezig had gehad.
De verdediging voerde aan dat het binnentreden in de woning onrechtmatig was en dat de bewijsmiddelen daarom uitgesloten moesten worden. Daarnaast stelde zij dat de MMC-test slechts indicatief was en onvoldoende bewijs leverde voor het aantonen van hasj. Ook werd betoogd dat verdachte niet wist van de hennepdrogerij en geen nauwe samenwerking met zijn vader had.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte het tenlastegelegde had begaan. Er was geen bewijs dat verdachte wist van de hennepdrogerij, dat hij de opbrengst deelde of dat hij een bijdrage leverde. Ook kon niet worden vastgesteld dat de bruine substantie daadwerkelijk hasj was. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het bezit van hennep en hasj.