ECLI:NL:RBUTR:2012:BX0955
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de afleverstatus algemeen verkrijgbaar voor paracetamol, cetirizine, loperamide en ibuprofen bevattende geneesmiddelen
Het geschil betreft de besluiten van het College ter beoordeling van Geneesmiddelen (Cbg) om aan bepaalde doseringen en verpakkingsgroottes van paracetamol, cetirizine, loperamide en ibuprofen bevattende geneesmiddelen de afleverstatus algemeen verkrijgbaar (AV) toe te kennen. Eisers, het Centraal Bureau Drogisterijbedrijven en de Vereniging FaCo Formuledeelnemers, hebben bezwaar gemaakt tegen deze besluiten en vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank Utrecht.
De rechtbank heeft uitgebreid onderzocht of het Cbg bij het toekennen van de AV-status de wettelijke criteria uit artikel 4.2 van de Regeling Geneesmiddelenwet juist heeft toegepast, met name het b-criterium dat het risico op schade verwaarloosbaar moet zijn. Eisers voerden aan dat het Cbg onvoldoende heeft gemotiveerd, belangrijke risico’s heeft genegeerd en de beoordelingsvrijheid te ruim heeft geïnterpreteerd.
De rechtbank oordeelt dat het Cbg de beoordelingsvrijheid heeft binnen de grenzen van de wet en dat het gebruik van de toelichting bij de Regeling als uitgangspunt gerechtvaardigd is. Het Cbg heeft de vijf criteria van artikel 4.2 in onderlinge samenhang en tegen de achtergrond van het gebruik en de ervaringen met de middelen beoordeeld. De eigen verantwoordelijkheid van de consument speelt daarbij een rol. De rechtbank verwerpt de bezwaren over onvoldoende motivering, onjuiste toepassing van criteria en het negeren van risico’s en concludeert dat het Cbg de AV-status terecht heeft toegekend.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de bestreden besluiten. De procedurele bezwaren over niet-ondertekende aanvragen en het late indienen van stukken slagen niet. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het toekennen van een vergoeding of het buiten beschouwing laten van stukken. De uitspraak kan in hoger beroep worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de toekenning van de AV-afleverstatus aan de geneesmiddelen.