ECLI:NL:RBUTR:2012:BX1314
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.W.G. de Beer
- E.A. Messer
- E.A.A. van Kalveen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot gevangenisstraf voor bedreiging, diefstal, heling en belediging
De rechtbank Utrecht heeft op 3 juli 2012 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van vijf feiten: bedreiging met een misdrijf tegen het leven, diefstal door twee of meer verenigde personen, opzetheling, eenvoudige belediging en opnieuw bedreiging. De feiten vonden plaats tussen oktober en december 2011 in Amsterdam, Hilversum en Utrecht.
De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van het primair ten laste gelegde diefstalfeit, waarvoor verdachte werd vrijgesproken. De bewezenverklaarde feiten betroffen onder meer bedreigingen met doodsbedreigingen, medeplegen van diefstal van een portemonnee, het bezit van een gestolen telefoon terwijl verdachte wist dat deze van misdrijf afkomstig was, en belediging met grove woorden in het openbaar.
De strafbaarheid werd bevestigd ondanks de vastgestelde persoonlijkheidsstoornis en verminderd toerekeningsvatbaarheid van verdachte. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 210 dagen op, waarvan 93 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, inclusief bijzondere voorwaarden zoals contact- en gebiedsverboden en verplichte behandeling en begeleiding.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van €100 aan de benadeelde partij wegens belediging en bedreiging. De voorlopige hechtenis werd opgeheven bij onherroepelijkheid van het vonnis.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 210 dagen gevangenisstraf, waarvan 93 dagen voorwaardelijk, en een immateriële schadevergoeding van €100.