ECLI:NL:RBUTR:2012:BX2415
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijwilligerswerk leidt niet tot arbeidsovereenkomst ondanks betaling en inzet
Eiser heeft na behandeling door gedaagde vrijwilligerswerk verricht voor diens eenmanszaak gericht op hulp aan drugsverslaafden. Eiser stelde dat vanaf mei 2011 een arbeidsovereenkomst bestond, waarover partijen mondeling overeenstemming zouden hebben bereikt. Gedaagde betwistte dit en stelde dat de relatie verslechterde waarna de vrijwilligersovereenkomst werd opgezegd.
De kantonrechter constateerde dat partijen geen overeenstemming hadden bereikt over de arbeidsomvang, een essentieel onderdeel van een arbeidsovereenkomst. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat een arbeidsovereenkomst tot stand was gekomen. Artikel 7:610a BW, dat een vermoeden van arbeidsovereenkomst schept bij bepaalde voorwaarden, was niet van toepassing omdat de juridische basis van de werkzaamheden duidelijk was: vrijwilligerswerk.
De betaling van €4.000,00 door gedaagde aan eiser werd niet gezien als bewijs van een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter concludeerde dat eiser zijn werkzaamheden als vrijwilliger bleef verrichten en wees de vordering af. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter oordeelt dat geen arbeidsovereenkomst is gesloten en wijst de vordering af.