ECLI:NL:RBUTR:2012:BX3487
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ABN Amro Bank wegens schuldoverneming en borgtocht bij kredietovereenkomsten
De zaak betreft een geschil tussen ABN Amro Bank en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] over de aansprakelijkheid voor openstaande kredieten onder kredietovereenkomsten uit 2006. [gedaagde 1] exploiteerde een kledingwinkel als eenmanszaak en richtte later besloten vennootschappen op, waaronder [winkel] Amersfoort B.V. en [winkel] Hilversum B.V. De kern van het geschil is of de schulden uit hoofde van de kredietovereenkomsten aan deze vennootschappen zijn overgedragen, waardoor [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet langer persoonlijk aansprakelijk zijn.
De rechtbank stelt vast dat ABN Amro Bank voldoende op de hoogte was van de oprichting van de vennootschappen en de inbreng van de eenmanszaak in [winkel] Amersfoort B.V. Dit impliceert dat de schuld en kredietfaciliteiten zijn overgenomen door de vennootschap. De bank heeft de kredietovereenkomst niet opgezegd en heeft de vennootschap als kredietnemer beschouwd, onder meer door het accepteren van jaarstukken en het overmaken van gelden naar de curator van de vennootschap.
Ten aanzien van [gedaagde 2] oordeelt de rechtbank dat de borgtocht die zij heeft afgegeven niet langer geldt na de schuldovername door de vennootschap, omdat zij geen toestemming heeft gegeven voor handhaving van de borgtocht. Ook voor de kredietovereenkomst van augustus/september 2006 geldt dat de schuld is overgenomen door [winkel] Hilversum B.V., en dat [gedaagde 2] niet hoofdelijk aansprakelijk is, aangezien zij het borgstellingsbeding niet heeft ondertekend in de definitieve versie.
De rechtbank wijst de vordering van ABN Amro Bank af en veroordeelt de bank in de proceskosten ten gunste van [gedaagde 1] en [gedaagde 2].
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van ABN Amro Bank af en veroordeelt de bank in de proceskosten.