ECLI:NL:RBUTR:2012:BX4241
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.G.M. Buys
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden na langdurig huwelijk en feitelijke scheiding
Partijen zijn in 1960 in Duitsland gehuwd onder Duitse huwelijkse voorwaarden die een uitsluiting van gemeenschap van goederen bevatten. Na langdurig huwelijk en feitelijke scheiding in 1991 leefden partijen als ware zij in gemeenschap van goederen gehuwd, waarbij ook na feitelijke scheiding gezamenlijke bankrekeningen werden gebruikt zonder verrekenplicht.
De rechtbank overweegt dat toepassing van de huwelijkse voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is gezien het bestendige gedrag van partijen. Daarom wordt de afwikkeling van het huwelijk gedaan alsof sprake is van gemeenschap van goederen.
Als peildatum voor de verrekening wordt 16 november 2011 aangehouden, de datum van echtscheidingsbeschikking. De waarde van de woning wordt betrokken in de verrekening waarbij de vrouw de helft aan de man moet vergoeden. Ook worden de saldi van de gezamenlijke bankrekeningen verrekend, evenals de helft van een vordering op de zoon en de helft van de waarde van een op 18 augustus 2011 gekochte auto.
Partijen regelen de verdeling van de inboedel en pensioenverevening onderling. De rechtbank wijst het verzoek tot finale kwijting toe en bepaalt dat ieder zijn eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat de huwelijkse voorwaarden worden afgewickeld alsof sprake is van gemeenschap van goederen, met verrekening van woning, bankrekeningen, vordering en auto ten gunste van de man.