ECLI:NL:RBUTR:2012:BX4505

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
7 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16-600749-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22g lid 3 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift tegen omzetting taakstraf gegrond verklaard wegens medische onmogelijkheid uitvoering

Veroordeelde is op 13 april 2010 veroordeeld tot een werkstraf van 140 uur, met een subsidiaire vervangende hechtenis. Door ernstige medische problemen, waaronder een hepatitis C-kuur en een diep veneuze trombose, was het voor veroordeelde niet mogelijk om de werkstraf uit te voeren. De reclassering en het behandelteam concludeerden dat de werkstraf niet haalbaar was vanwege extreme vermoeidheid en gezondheidsklachten.

De officier van justitie erkende dat het bezwaarschrift gegrond kon worden verklaard omdat het niet om onwil maar om onmacht ging. De raadsman stelde primair voor de zaak twee jaar aan te houden vanwege de medische situatie en de noodzaak van een gratieverzoek, subsidiair verzocht hij om gegrondverklaring van het bezwaarschrift.

De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend en gegrond verklaard moest worden omdat de niet-uitvoering van de werkstraf niet aan veroordeelde kon worden toegerekend. Gezien de huidige medische toestand en de onmogelijkheid om binnen een redelijke termijn de werkstraf te voltooien, stelde de rechtbank het aantal nog te verrichten uren op nul.

De beslissing werd genomen door de rechtbank Utrecht op 7 augustus 2012, waarbij de medische situatie van veroordeelde centraal stond in de beoordeling van het bezwaar tegen de taakstrafomzetting.

Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de omzetting van de taakstraf is gegrond verklaard en het aantal nog te verrichten uren werkstraf is vastgesteld op nul.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Parketnummer: 16/600749-09
Beslissing op het bezwaarschrift omzetting taakstraf ex artikel 22g lid 3 van het wetboek van strafrecht.
Beslissing op het bezwaarschrift omzetting taakstraf in de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen:
[veroordeelde]
geboren op [1971] te [geboorteplaats],
thans verblijvende in de Van der Hoevenkliniek te Utrecht.
1 De procedure.
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
- het bezwaarschrift;
- het onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank Utrecht van 13 april 2010;
- de kennisgeving van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis;
- het rapport van de reclassering d.d. 22 maart 2012;
- de conclusie op het bezwaarschrift;
- de brief d.d. 29 juni 2012 van M. Arends, verbonden aan Altrecht;
- de overige stukken.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 24 juli 2012 is de officier van justitie gehoord. Teven zijn verschenen de veroordeelde en zijn raadsman mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht.
2 De beoordeling.
Veroordeelde is op 13 april 2010 veroordeeld tot een werkstraf van 140 uren, subsidiair 70 dagen vervangende hechtenis, waarvan 70 uren, subsidiair 35 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten.
Uit het rapport van de reclassering d.d. 22 maart 2012 blijkt dat veroordeelde sinds 26 juli 2010 met een rechterlijke machtiging in de Van der Hoevenkliniek verblijft op de afdeling klinisch intensieve behandeling. De afgelopen periode heeft in het teken gestaan van de hepatitis C kuur. Door deze kuur, die veroordeelde eenmaal per week via een spuit krijgt, is veroordeelde regelmatig ziek. Op 4 april 2011 is de executie om gezondheidsredenen verlengd tot 27 april 2012. Op 26 januari 2012 heeft het UMC geconcludeerd dat er sprake is van een diep veneuze trombose rechterbeen. Op 30 januari 2012 heeft een behandelplanbespreking plaatsgevonden. Het behandelteam heeft te kennen gegeven dat veroordeelde in de laatste periode door gezondheidsredenen last heeft van extreme vermoeidheid en dagen in bed blijft om bij te komen, en acht het daarom niet haalbaar om de opgelegde werkstraf uit te voeren. Veroordeelde is niet hepatitis vrij. Gezien het bovenstaande is de reclassering met het behandelteam tot de conclusie gekomen dat het voor veroordeelde niet haalbaar is om zijn werkstraf uit te voeren.
Ter zitting heeft de officier van justitie aangevoerd dat het bezwaarschrift gegrond kan worden verklaard, nu het geen onwil van de veroordeelde is geweest, maar aan de medische situatie van de veroordeelde is te wijten dat hij zijn taakstraf nog niet heeft verricht. Het is dan vervolgens aan de raadsman om een gratieverzoek in te dienen.
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de zaak voor twee jaar dient te worden aangehouden. Dit heeft hij onderbouwd door te stellen dat er geen sprake is van onwil van de zijde van zijn cliënt, maar van onmacht. Vastzitten is voor zijn cliënt, gelet op de gevolgen voor zijn gezondheidssituatie, niet wenselijk. Ook een werkstraf is om diezelfde reden niet uitvoerbaar. De raadsman heeft gesteld dat hij derhalve een gratieverzoek zal moeten indienen, welke procedure vaak langer dan een jaar in beslag neemt. Subsidiair stelt de raadsman zich op het standpunt dat het bezwaarschrift gegrond moet worden verklaard, gelet op de medische situatie van zijn cliënt.
De rechtbank is van oordeel dat de veroordeelde in zijn bezwaar kan worden ontvangen, nu het bezwaarschrift tijdig is ingediend. De rechtbank is van oordeel dat er geen termen aanwezig zijn om de zaak voor langere tijd aan te houden.
De rechtbank is tevens van oordeel dat het door veroordeelde ingediende bezwaarschrift gegrond dient te worden verklaard. Gebleken is dat er sprake is van onmacht aan de zijde van de veroordeelde en niet van onwil. Gelet op zijn medische situatie was het uitvoeren van de werkstraf niet mogelijk. Uit het vorenstaande concludeert de rechtbank dat aan de veroordeelde het niet slagen van zijn werkstraf niet kan worden toegerekend. Gelet hierop zal de rechtbank het bezwaarschrift gegrond verklaren. De rechtbank zal echter, gelet op de huidige medische toestand en de onmogelijkheid om binnen een redelijke termijn de werkstraf uit te voeren, bepalen dat, nu veroordeelde al 11 dagen in vervangende hechtenis heeft gezeten, het aantal uren dat de veroordeelde nog dient te werken vast wordt gesteld op 0 uur.
3 De beslissing.
De rechtbank verklaart het bezwaarschrift gegrond en bepaalt het aantal uren van de nog te verrichten werkstraf op 0 uren.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.J. Veldhuijzen, voorzitter, mrs. E.A. Messer en P.W.G. de Beer, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. van der Meulen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 7 augustus 2012.
Mr. E.A. Messer is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.