ECLI:NL:RBUTR:2012:BX4505
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Veldhuijzen
- E.A. Messer
- P.W.G. de Beer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen omzetting taakstraf gegrond verklaard wegens medische onmogelijkheid uitvoering
Veroordeelde is op 13 april 2010 veroordeeld tot een werkstraf van 140 uur, met een subsidiaire vervangende hechtenis. Door ernstige medische problemen, waaronder een hepatitis C-kuur en een diep veneuze trombose, was het voor veroordeelde niet mogelijk om de werkstraf uit te voeren. De reclassering en het behandelteam concludeerden dat de werkstraf niet haalbaar was vanwege extreme vermoeidheid en gezondheidsklachten.
De officier van justitie erkende dat het bezwaarschrift gegrond kon worden verklaard omdat het niet om onwil maar om onmacht ging. De raadsman stelde primair voor de zaak twee jaar aan te houden vanwege de medische situatie en de noodzaak van een gratieverzoek, subsidiair verzocht hij om gegrondverklaring van het bezwaarschrift.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend en gegrond verklaard moest worden omdat de niet-uitvoering van de werkstraf niet aan veroordeelde kon worden toegerekend. Gezien de huidige medische toestand en de onmogelijkheid om binnen een redelijke termijn de werkstraf te voltooien, stelde de rechtbank het aantal nog te verrichten uren op nul.
De beslissing werd genomen door de rechtbank Utrecht op 7 augustus 2012, waarbij de medische situatie van veroordeelde centraal stond in de beoordeling van het bezwaar tegen de taakstrafomzetting.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de omzetting van de taakstraf is gegrond verklaard en het aantal nog te verrichten uren werkstraf is vastgesteld op nul.