ECLI:NL:RBUTR:2012:BX4793
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A.M. van Straalen
- L.M.G. de Weerd
- J. Schwillens
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij overval en heling goederen
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het plegen van een gewelddadige overval op 12 februari 2010 en het helen van een ring en twee mobiele telefoons. De officier van justitie achtte het primair ten laste gelegde feit niet bewezen, maar wel het subsidiaire feit van heling. Verdachte ontkende betrokkenheid en er waren geen directe sporen die hem aan de overval verbonden.
De rechtbank beoordeelde het bewijs kritisch. Verklaringen van getuigen die verdachte bij de overval betrokken achten, waren van horen zeggen (auditu) of onbetrouwbaar, zoals die van een getuige met psychische problemen en een medeverdachte met tegenstrijdige verklaringen. Zendmastgegevens en signalementen sloten verdachte uit als dader. Ook was er twijfel over de kennis van verdachte omtrent de herkomst van de goederen.
De verdediging stelde dat verdachte niet voldeed aan het signalement en niet aanwezig was bij de overval of de heling. De rechtbank volgde dit standpunt en concludeerde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om verdachte te veroordelen. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, die bij de burgerlijke rechter moet worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van de overval en heling wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.