ECLI:NL:RBUTR:2012:BX4978
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onjuist pensioenadvies en dwaling bij beëindigingsovereenkomst
Eiser was sinds 1971 werkzaam bij Stichting Dichterbij en bouwde pensioen op bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn. In 2008 werd hem door PGGM bevestigd dat hij zijn FLEX-pensioen na 60 jaar mocht uitstellen, wat voor hem van belang was bij het accepteren van een beëindigingsovereenkomst vanwege een reorganisatie.
Na beëindiging van het dienstverband per 1 december 2008 bleek het FLEX-pensioen toch op 1 mei 2010 te moeten ingaan, waardoor eiser minder pensioen opbouwde en schade leed. Eiser vorderde een verklaring voor recht dat PGGM aansprakelijk was wegens onjuist advies en schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag onafwendbaar was vanwege de reorganisatie en dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat hij anders had gehandeld bij correcte informatie. Het causaal verband tussen het advies en de schade was onvoldoende aangetoond.
Daarom werd de vordering afgewezen en PGGM veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De vordering van eiser wegens onjuist pensioenadvies wordt afgewezen wegens onvoldoende causaal verband en bewijs.