ECLI:NL:RBUTR:2012:BX5565

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
16 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16/650019-12; 09/753516-09 (vordering na voorw. veroordeling) [P]
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs in hennepkwekerijzaak

De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van betrokkenheid bij een hennepkwekerij en diefstal van energie. De tenlastelegging werd bevestigd als geldig en de rechtbank was bevoegd om kennis te nemen van de zaak. De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat het bewijs onvoldoende was om de schuld van verdachte wettig en overtuigend vast te stellen.

Belangrijke verklaringen van een medeverdachte en haar kinderen konden niet nader worden ondervraagd door de verdediging, waardoor deze verklaringen niet als bewijs konden worden gebruikt. De overige bewijsstukken waren onvoldoende om de belastende verklaringen te ondersteunen.

De rechtbank oordeelde dat zonder voldoende steunbewijs de verklaringen van de medeverdachte en haar kinderen niet konden worden gebruikt tegen verdachte. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vordering tot tenuitvoerlegging werd afgewezen omdat de verdachte werd vrijgesproken.

De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 16 juli 2012. De verdediging werd bijgestaan door een advocaat en verdachte verscheen persoonlijk tijdens de zittingen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector strafrecht
parketnummer: 16/650019-12; 09/753516-09 (vordering na voorw. veroordeling) [P]
vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 juli 2012
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [1967] te [geboorteplaats]
wonende te [woonplaats], [adres]
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 maart 2012 en 2 juli 2012. De verdachte is telkens in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. T. van Riel, advocaat te Breda.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van de standpunten door de raadsman van verdachte en door verdachte zelf naar voren gebracht. Ter terechtzitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.
2 De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen een hennepkwekerij heeft gehad en zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan diefstal van energie.
3 De voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
4.1 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd nu het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. De verklaringen van de medeverdachte [medeverdachte] en haar kinderen zijn belangrijke verklaringen in het dossier, doch de verdediging heeft deze getuigen niet nader kunnen ondervragen. Het overige zich in het dossier bevindende materiaal is te mager om de verklaringen van [medeverdachte] en haar kinderen te ondersteunen.
4.2 Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich bij het requisitoir van de officier van justitie aangesloten en heeft vrijspraak bepleit. Voorts heeft verdediging aangevoerd dat de verklaringen van [medeverdachte] en haar kinderen op zichzelf beschouwd onaannemelijk zijn en niet in voldoende mate tot het bewijs bijdragen.
4.3 Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank overweegt overeenkomstig vaste jurisprudentie dat in gevallen waarin de verdediging niet in enig stadium van het geding de gelegenheid heeft gehad de persoon te (doen) ondervragen die een de verdachte belastende verklaring tegenover de politie heeft afgelegd, artikel 6 EVRM Pro niet in de weg staat aan het gebruik tot het bewijs van een dergelijke in het proces-verbaal van politie verwerkte verklaring, mits zo'n verklaring in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen . Het steunbewijs dient daarbij betrekking te hebben op die onderdelen van de belastende verklaring die door de verdachte worden betwist.
In de onderhavige zaak hebben de medeverdachte [medeverdachte] en haar kinderen [kind 1] en [kind 2] verklaard over betrokkenheid van verdachte bij de hem tenlaste gelegde feiten, terwijl verdachte iedere betrokkenheid bij de hem tenlastegelegde feiten betwist. Ondanks dat daarom door de verdediging is verzocht, heeft de verdediging niet de gelegenheid gehad [medeverdachte] en haar kinderen als getuigen te (doen) ondervragen. Nu de betrokkenheid van verdachte bij het hem tenlastegelegde naar het oordeel van de rechtbank niet in voldoende mate steun vindt in ander bewijsmateriaal, mogen de verklaringen van [medeverdachte] en haar kinderen gelet op genoemde jurisprudentie niet voor het bewijs worden gebruikt.
De rechtbank zal verdachte wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs vrijspreken.
5 De vordering tot tenuitvoerlegging
Nu verdachte wordt vrijgesproken, dient de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 09/753516-09 te worden afgewezen.
6 De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde;
Vordering tenuitvoerlegging
- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 09/75316-09 af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Oostendorp, voorzitter, mr. M.A.E. Somsen en
mr. P.L.C.M. Ficq, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.A. van Wageningen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 16 juli 2012.
Mr. Oostendorp is buiten staat dit vonnis mee te ondertekenen.