ECLI:NL:RBUTR:2012:BX5635
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over aanvullende vragen deskundige in letselschadezaak na verkeersongeval
In deze zaak gaat het om een deelgeschil tussen verzoekster en verzekeraar ASR Nederland N.V. over de afwikkeling van letselschade na een verkeersongeval op 18 mei 2000 waarbij verzoekster als fietser geen voorrang werd verleend. De aansprakelijkheid van ASR is erkend. Een gezamenlijk ingeschakelde psychiater, dr. J.L.M. Schoutrop, stelde een rapport op over de psychiatrische gevolgen van het ongeval.
Verzoekster wilde dat het rapport van Schoutrop als bindend en definitief zou gelden, zonder dat ASR nog aanvullende vragen mocht stellen. ASR wenste echter alsnog aanvullende vragen te mogen stellen vanwege een misverstand waardoor zij niet tijdig op het conceptrapport had gereageerd. De rechtbank oordeelde dat het beginsel van hoor en wederhoor ook geldt bij gezamenlijk ingeschakelde deskundigen en dat ASR terecht aanspraak maakt op het stellen van aanvullende vragen.
Daarnaast verzocht verzoekster vergoeding van buitengerechtelijke kosten. De rechtbank wees het verzoek tot verklaring van recht af, maar kende de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten deels toe, waarbij het aantal uren en het uurtarief werden gematigd. Het verzoek om een voorschot op toekomstige kosten werd afgewezen.
De beslissing draagt bij aan een zorgvuldige afwikkeling van letselschadezaken waarbij partijen gezamenlijk deskundigen inschakelen, en benadrukt het belang van het respecteren van hoor en wederhoor. De zaak illustreert ook de procedurele mogelijkheden van de deelgeschilprocedure in letselschadezaken.
Uitkomst: ASR mag aanvullende vragen stellen aan de deskundige en wordt veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten.