ECLI:NL:RBUTR:2012:BX6100
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mensenhandel wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van mensenhandel jegens het vermeende slachtoffer in de periode van juli 2010 tot februari 2012. Het slachtoffer en verdachte hadden een relatie waarin het slachtoffer de kostwinner was en verdachte het huishouden verzorgde. De officier van justitie baseerde haar beschuldiging voornamelijk op een selectie van afgeluisterde telefoongesprekken die volgens haar duidden op uitbuiting en controle.
De verdediging stelde dat het slachtoffer vrijwillig in de prostitutie werkte en zelf over haar verdiensten beschikte, hetgeen door het slachtoffer en verdachte werd bevestigd. De rechtbank oordeelde dat de afgeluisterde gesprekken multi-interpretabel waren en niet als doorslaggevend bewijs konden dienen. De verklaringen van het slachtoffer werden als betrouwbaar beoordeeld en ondersteund door de context van de gesprekken.
Gelet op het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs achtte de rechtbank de tenlastelegging niet bewezen en sprak verdachte vrij. Tevens werd de teruggave van in beslag genomen persoonlijke documenten aan verdachte gelast.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mensenhandel wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.