ECLI:NL:RBUTR:2012:BX6181
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Wachter
- G.V.M. Veldhoen
- M.E. Heinemann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Gemeente Rotterdam wegens niet-toerekenbare tekortkoming ProRail bij aanleg RandstadRail
Gemeente Rotterdam vorderde dat ProRail aansprakelijk werd gesteld voor schade veroorzaakt door het niet tijdig melden van groutankers onder het NS-Emplacement tijdens de aanleg van de RandstadRail. De gemeente stelde dat ProRail onrechtmatig had gehandeld door het onjuist verlenen van een vergunning en het niet melden van cruciale informatie.
De rechtbank stelde vast dat de voorbereiding en realisatie van het project voor rekening en risico van Gemeente Rotterdam waren en dat ProRail slechts een beperkte rol had, namelijk het verlenen van vergunningen. Er was geen bewijs dat ProRail op de hoogte was van de groutankers of dat zij onderzoeksplicht had ten aanzien van obstakels.
De vergunning van 12 december 2003 werd door ProRail verleend onder mandaat van de Minister van Verkeer en Waterstaat, waardoor de verantwoordelijkheid bij de Staat ligt. De rechtbank concludeerde dat ProRail niet onrechtmatig had gehandeld en dat de vorderingen van Gemeente Rotterdam daarom worden afgewezen.
Tenslotte werd Gemeente Rotterdam veroordeeld in de proceskosten van ProRail.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Gemeente Rotterdam af wegens het ontbreken van toerekenbare tekortkoming of onrechtmatig handelen van ProRail.