ECLI:NL:RBUTR:2012:BX6440
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepsaansprakelijkheid advocaat wegens niet tijdig stuiten verjaring vordering cliënt
De zaak betreft een vordering van eiser tegen zijn voormalige advocaat wegens beroepsaansprakelijkheid. Eiser stelt dat de advocaat heeft nagelaten tijdig de verjaring van zijn schadevordering tegen zijn werkgever te stuiten, waardoor deze vordering is verjaard en hij schade heeft geleden.
De advocaat erkent de beroepsfout maar beroept zich primair op het niet voldoen aan de klachtplicht ex artikel 6:89 BW Pro, waardoor de vordering zou zijn vervallen. De rechtbank overweegt dat de advocaat, gezien zijn deskundigheid, uiterlijk bij ontvangst van een brief in juni 2005 op de hoogte had moeten zijn van zijn tekortkoming en dat het beroep op de klachtplicht daarom faalt.
De rechtbank wijst erop dat de advocaat zelf verantwoordelijk was voor het verkrijgen van benodigde informatie om zijn bewijspositie te versterken en dat het niet tijdig klagen niet tot bescherming leidt als de schuldenaar bekend was met het gebrek in zijn prestatie.
De rechtbank besluit dat het geschil inhoudelijk zal worden behandeld, waarbij nader onderzoek naar de medische situatie van eiser en de arbeidsomstandigheden zal plaatsvinden. De zaak wordt aangehouden voor verdere bewijslevering en beoordeling.
Uitkomst: Het beroep op de klachtplicht wordt verworpen en het geschil wordt inhoudelijk verder behandeld met nader bewijs en onderzoek.