ECLI:NL:RBUTR:2012:BX6576
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Geschil over uitleg en toepassing schadeloosstelling in concurrentiebeding na ontbinding arbeidsovereenkomst
De werknemer trad in 2001 in dienst bij Gyproc en werkte sinds 2009 als commercieel directeur. In juli 2009 werd een concurrentiebeding overeengekomen waarin bij ontslag zonder verwijt van de werknemer een schadeloosstelling wordt toegekend die het jaarinkomen gedurende twee jaar aanvult.
De arbeidsovereenkomst werd op 15 mei 2012 ontbonden wegens onvoldoende functioneren van de werknemer. De kantonrechter oordeelde dat de ontbinding aan beide partijen verwijtbaar was, maar dat het verwijt aan de werkgever zwaarder woog. De werknemer had geweigerd mee te werken aan een andere functie en was op non-actief gesteld zonder rechtvaardiging.
De werknemer vorderde in kort geding nakoming van de schadeloosstelling uit het concurrentiebeding, stellende dat hij geen verwijt treft en hij door het beding ernstig wordt belemmerd een nieuwe baan te vinden. Gyproc stelde dat de werknemer mede verantwoordelijk was voor het ontslag en daarom geen recht heeft op schadeloosstelling.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de werknemer wel degelijk een verwijt treft en dat dit verwijt niet in het niet valt bij dat van de werkgever. Daarom kan de werknemer zich niet beroepen op de schadeloosstelling. De vorderingen werden afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot nakoming van de schadeloosstelling uit het concurrentiebeding wordt afgewezen omdat het ontslag mede aan de werknemer te wijten is.