ECLI:NL:RBUTR:2012:BX6725
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake openbaarmaking documenten begrotingsakkoord
Verzoekster, een parlementair journaliste, vroeg op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om documenten over het begrotingsakkoord van 26 april 2012 tussen politieke partijen. Verweerder weigerde deze openbaar te maken, met verwijzing naar bescherming van persoonlijke levenssfeer en vertrouwelijkheid.
De voorzieningenrechter erkende het spoedeisend belang vanwege de naderende verkiezingen van 12 september 2012 en het journalistieke belang, maar oordeelde dat het politieke proces deels buiten de reikwijdte van de Wob valt. De documenten bevatten interne beraadslagingen en persoonlijke beleidsopvattingen, waardoor openbaarmaking beperkt is op grond van artikel 10 en Pro 11 van de Wob.
De rechter stelde vast dat verweerder slechts een deel van de documenten vertrouwelijk aan de rechtbank had verstrekt en dat verzoekster zich hiermee verenigde. De belangenafweging leidde tot de conclusie dat het belang van vertrouwelijkheid en het voorkomen van onevenredige benadeling van politieke partijen zwaarder wegen dan het belang van openbaarmaking.
Verzoekster kon niet aannemelijk maken dat meer documenten bestonden dan door verweerder verstrekt. Ook werd geoordeeld dat het Verdrag van Århus niet van toepassing was en dat de beperking van het recht op informatie binnen de grenzen van artikel 10 EVRM Pro valt.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en bepaalde dat verweerder in de beslissing op bezwaar nadere motivering moet geven over de weigering van openbaarmaking van bepaalde documenten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot openbaarmaking van documenten over het begrotingsakkoord is afgewezen.