ECLI:NL:RBUTR:2012:BX7882
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking exploitatievergunning en sluiting coffeeshop wegens grootschalige softdrugshandel
De voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht behandelde het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de exploitatievergunning en de sluiting van de coffeeshop [verzoekster]. De burgemeester had op 23 mei 2012 de vergunning ingetrokken en de percelen gesloten voor twaalf maanden vanwege de vondst van circa 48 kilo softdrugs in een naastgelegen pand, wat een ernstige overtreding van de AHOJ-G criteria vormt.
De voorzieningenrechter achtte het aannemelijk dat de softdrugs in het naastgelegen pand tot de handelsvoorraad van de coffeeshop behoorden, mede gelet op de inrichting van het pand, bewakingsapparatuur, en verklaringen van betrokkenen. De exploitanten voldeden niet meer aan de eis van goed levensgedrag, waardoor de intrekking van de vergunning gerechtvaardigd was.
De burgemeester maakte terecht gebruik van zijn bestuursdwangbevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De grootschaligheid van de overtreding rechtvaardigde een sluiting van twaalf maanden, mede om herhaling en verstoring van de openbare orde en het woon- en leefklimaat te voorkomen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking en sluiting van de coffeeshop wordt afgewezen.