ECLI:NL:RBUTR:2012:BX8435
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot faillietverklaring garantsteller wegens vernietigde garantstelling
De zaak betreft een verzoek tot faillietverklaring van een bestuurder die zich persoonlijk garant had gesteld voor een vordering van de verzoekster op een werkmaatschappij. De garantstelling werd door de echtgenote van de bestuurder vernietigd omdat zij geen toestemming had gegeven, wat volgens artikel 1:88 lid 1 BW Pro vereist is.
De verzoekster voerde aan dat de uitzonderingsbepaling van artikel 1:88 lid 5 BW Pro van toepassing was, omdat de garantstelling zou zijn aangegaan ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van de werkmaatschappij. De rechtbank oordeelde dat de verzoekster deze stelling onvoldoende had onderbouwd en dat de garantstelling werd afgegeven in een periode waarin de werkmaatschappij financieel zwaar weer verkeerde.
De rechtbank stelde vast dat de vordering niet summierlijk vast stond en dat de vernietiging door de echtgenote rechtsgeldig was, ook omdat de verzoekster niet aannemelijk had gemaakt dat de echtgenote haar recht tot vernietiging had verwerkt. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring af en veroordeelde de verzoekster in de kosten van de procedure.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring van de garantsteller wordt afgewezen vanwege vernietiging van de garantstelling door de echtgenote en onvoldoende onderbouwing van de uitzonderingsclausule.