ECLI:NL:RBUTR:2012:BX8515
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verbod op wijziging rentekorting hypotheek als collectieve arbeidsvoorwaarde wegens ontbreken zwaarwichtig belang
Eiser, voormalig medewerker fiscale zaken bij ASR, vordert dat ASR de eenzijdige wijziging van de rentekorting op zijn hypotheek niet mag doorvoeren. ASR had besloten de rentekorting per 1 juli 2010 stop te zetten voor werknemers die uit dienst treden, met een overgangsregeling voor gepensioneerden en arbeidsongeschikten.
De kantonrechter toetst de wijziging aan artikel 7:613 BW Pro, dat vereist dat een wijziging van collectieve arbeidsvoorwaarden alleen is toegestaan bij een zwaarwichtig belang. ASR stelde dat de economische crisis en bedrijfseconomische noodzaak dit rechtvaardigen, maar kon dit onvoldoende onderbouwen.
De rechter oordeelt dat het belang van eiser bij handhaving van de rentekorting niet hoeft te wijken voor het belang van ASR. De overgangsregeling geldt niet specifiek voor eiser, die feitelijk al was vrijgesteld van werkzaamheden. De vordering wordt toegewezen, met een verbod op de wijziging van de rentekorting, maar zonder dwangsom en beperkt tot de huidige situatie.
De proceskosten worden aan ASR opgelegd. De rechtbank ziet geen reden om te oordelen over de hypotheekovereenkomst zelf, aangezien het geschil primair over de wijziging van de collectieve arbeidsvoorwaarde gaat.
Uitkomst: ASR is verboden de rentekorting op de hypotheek van eiser te wijzigen wegens ontbreken van een zwaarwichtig belang.