ECLI:NL:RBUTR:2012:BX8696
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling kind in verzorging
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het mishandelen van een kind dat hij verzorgde als behorend tot zijn gezin. Het letsel aan het kind was op verschillende momenten vastgesteld, waaronder een val in de badkamer en letsel aan de billen. Diverse getuigen, waaronder de moeder en oma, verklaarden dat het kind vaak viel en beweeglijk was.
De officier van justitie achtte het bewezen dat verdachte het kind had mishandeld en probeerde zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De verdediging ontkende dit en wees op de wisselende verklaringen van het kind zelf en het ontbreken van getuigen die mishandeling door verdachte hadden gezien. Ook wees zij op een rapport van de Forensische Polikliniek Kindermishandeling waarin het letsel passend werd geacht bij een val.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende overtuigend was. De verklaringen van het kind waren tegenstrijdig en er was geen sluitend bewijs dat verdachte verantwoordelijk was voor het letsel. Hoewel het letsel niet altijd goed verklaard kon worden, was er onvoldoende steunbewijs om tot een veroordeling te komen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten, waaronder mishandeling en poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van mishandeling en poging tot zwaar lichamelijk letsel.