ECLI:NL:RBUTR:2012:BX8768
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet toewijzen van loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
Eiseres, werkgever van een arbeidsongeschikte werkneemster, werd door verweerder (UWV) een loonsanctie opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in spoor 1. Verweerder stelde dat eiseres vanaf 22 november 2010 niet adequaat had gehandeld en verhaalde de ZW-uitkering over een periode van 27 weken.
Eiseres voerde aan dat de werkneemster ernstige pijnklachten hield en er geen passende werkzaamheden beschikbaar waren binnen de organisatie. De rechtbank onderzocht of verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat eiseres tekort was geschoten in haar re-integratieverplichtingen.
De arbeidsdeskundige van verweerder stelde dat lichte werkzaamheden, zoals meelopen met een collega en invoeren van gegevens, mogelijk waren. De rechtbank oordeelde echter dat deze werkzaamheden te gering van omvang waren en dat er geen andere geschikte taken waren. Ook de stelling dat de werkneemster nieuwe collega’s had kunnen instrueren werd niet onderbouwd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, omdat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat eiseres onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot verhalen van ZW-uitkering wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt vernietigd.