ECLI:NL:RBUTR:2012:BX9820
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verwijzing zaak naar kantonrechter na eisvermeerdering met aardvordering
De zaak betreft een geschil tussen eiser en gedaagden over de eigendom en het gebruik van een bedrijfspand met aangrenzend perceel. Eiser, zoon van de gedaagden, vordert onder meer het verkrijgen van eigendom van het pand en het opleggen van beperkingen aan de gedaagden omtrent vervreemding en erfopvolging. Tijdens de procedure heeft eiser zijn eis vermeerderd met een subsidiaire vordering tot het sluiten van een schriftelijke huurovereenkomst met onopzegbaarheidsbepaling.
De rechtbank beoordeelt dat deze eiswijziging niet in strijd is met de goede procesorde en dat de eisvermeerdering geen onredelijke vertraging veroorzaakt. Omdat de nieuwe vordering een aardvordering betreft, is de kantonrechter absoluut bevoegd om hierover te beslissen. De rechtbank verwijst de zaak daarom ambtshalve naar de kantonrechter in de stand waarin deze zich bevindt, waarbij de zaak voor vonnis staat.
Partijen worden erop gewezen dat zij in de vervolgprocedure persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen en dat de kantonrechter zal beslissen over de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. L.A.C. de Vaan en op 26 september 2012 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verwijst de zaak ambtshalve naar de kantonrechter vanwege eisvermeerdering met een aardvordering.