ECLI:NL:RBUTR:2012:BX9823
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting geldleningsovereenkomst en bewijswaardering partijgetuigen
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of tussen eiseres en gedaagde op 30 november 2009 een geldleningsovereenkomst is gesloten waarbij een bedrag van €28.100 werd uitgeleend. Gedaagde voerde tegenbewijs aan dat zij die dag slechts als getuige optrad bij een aflossing van een eerdere lening, maar slaagde hier niet in.
De rechtbank nam verklaringen van diverse getuigen in overweging, waaronder partijgetuigen en derden. De verklaringen van eiseres en haar getuigen werden als geloofwaardiger beoordeeld dan die van gedaagde en haar getuige. Er was sprake van een schriftelijke overeenkomst en bewijs dat het geld daadwerkelijk is overhandigd.
De rechtbank concludeerde dat eiseres haar bewijsopdracht had voldaan en gedaagde het tegenbewijs niet had ontzenuwd. Daarom werd gedaagde veroordeeld tot betaling van het bedrag van €28.100, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 maart 2010. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende specificatie.
De proceskosten werden aan gedaagde opgelegd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €28.100 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 maart 2010.