ECLI:NL:RBUTR:2012:BX9857
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaring en dekking bij brand- en inbraakschade onder inventarisverzekering
De zaak betreft een geschil tussen een verzekerde en ASR Schadeverzekering over de uitkering van schade aan een kapsalon door brand en inbraak. De verzekerde had een inventaris- en goederenverzekering afgesloten. Na brand en inbraak weigerde ASR uit te keren wegens vermoedelijke brandstichting door de verzekerde en vermeende misleiding bij de inbraakschadeclaim.
De rechtbank oordeelt dat de vordering van de verzekerde niet verjaard is, omdat ASR niet ondubbelzinnig de verjaringstermijn van zes maanden heeft vermeld bij handhaving van de afwijzing. Ten aanzien van de brandschade is voorshands vastgesteld dat de verzekerde de brand heeft aangestoken, maar hij mag tegenbewijs leveren. De afwijzing van dekking wegens opzet van een sleutelhouder wordt verworpen omdat niet alle sleutelhouders feitelijk leiding hadden.
Voor de inbraakschade wijst de rechtbank de claim toe omdat onvoldoende is gebleken dat de verzekerde met opzet heeft misleid en ASR niet is geschaad door de aanvankelijk hogere schadeopgave. Eigen schuld van de verzekerde wordt niet vastgesteld. De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering.
Uitkomst: De vordering is niet verjaard en de inbraakschade wordt toegewezen, terwijl tegenbewijs tegen brandstichting mogelijk is.