ECLI:NL:RBUTR:2012:BY0594
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Ebbens
- P. Bender
- M.H.L. Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Werkstraffen voor uitlokking en schending ambtsgeheim door belastingambtenaar
Tussen 1 november 2008 en 1 maart 2009 heeft verdachte, werkzaam bij de Belastingdienst, opzettelijk vertrouwelijke financiële en persoonlijke gegevens van diverse personen opgezocht en verstrekt aan een privédetective, in strijd met zijn ambtsgeheim. Verdachte werd primair ook verdacht van omkoping, maar hiervoor werd hij vrijgesproken omdat niet vaststond dat hij geld ontving.
De rechtbank oordeelde dat verdachte meerdere keren zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden door informatie uit de computersystemen BVR en RENS te verstrekken. Deze gegevens betroffen onder meer werkgevers, jaarinkomens, banksaldi en gezinssamenstelling. Verdachte handelde bewust en wist dat het geheim moest blijven.
De rechtbank achtte de officier van justitie ontvankelijk en stelde vast dat de redelijke termijn van de procedure was overschreden met ruim anderhalf jaar. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zijn berouw en het feit dat hij niet eerder was veroordeeld.
Verdachte werd veroordeeld tot een werkstraf van 80 uur, met een vervangende hechtenis van 40 dagen bij niet-nakoming. De voorwaardelijke gevangenisstraf die de officier van justitie had gevorderd, werd niet opgelegd vanwege het berouw van verdachte. De procedure duurde ruim drie jaar vanaf aanhouding tot vonnis.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 80 uur werkstraf voor opzettelijke schending van ambtsgeheim.