ECLI:NL:RBUTR:2012:BY0619
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Ebbens
- P. Bender
- M.H.L. Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Werkstraffen voor uitlokking en schending ambtsgeheim door politieambtenaar en derden
De rechtbank Utrecht heeft op 18 oktober 2012 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen drie verdachten, waaronder een politieambtenaar, die verdacht werden van het schenden van het ambtsgeheim en uitlokking daarvan. De politieambtenaar had in de periode van 1 maart tot 31 augustus 2008 vertrouwelijke gegevens uit politiedatabases opgezocht en verstrekt aan een medeverdachte, een privédetective.
De rechtbank oordeelde dat het wettig en overtuigend bewezen was dat de politieambtenaar zijn geheimhoudingsplicht had geschonden door informatie over personen en een kenteken te verstrekken. De verdediging voerde onder meer aan dat verklaringen van verdachte niet betrouwbaar waren vanwege emotionele gesteldheid, maar dit werd door de rechtbank verworpen. Ook werd vastgesteld dat de dagvaarding en oproepingen onzorgvuldig waren verzonden, wat vormverzuim opleverde.
De rechtbank legde een werkstraf van 50 uur op aan de politieambtenaar, met een vervangende hechtenis van 25 dagen bij niet-nakoming, en sprak verdachte vrij van andere tenlastegelegde feiten. De straf werd lager vastgesteld dan de eis van de officier van justitie, mede vanwege het vormverzuim en het feit dat het bewezen feit oud was. Twee privédetectives en een gepensioneerde politieagent kregen werkstraffen van 70 tot 160 uur met voorwaardelijke gevangenisstraffen, terwijl een andere politieambtenaar werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 50 uur met vervangende hechtenis van 25 dagen wegens schending van het ambtsgeheim.