ECLI:NL:RBUTR:2012:BY1936
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot dwangakkoord wegens gebrek aan goede trouw en bevoegdheid schuldsanering
De rechtbank Utrecht behandelde het verzoek van [verzoeker] en [verzoekster] om de Rabobank te bevelen in te stemmen met een schuldenregeling in de vorm van een dwangakkoord, als bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet. Tevens werd de bevoegdheid van de wsnp-bewindvoerder om de verklaring schuldsanering af te geven aan de orde gesteld.
De rechtbank oordeelde dat de wsnp-bewindvoerder, ondanks dat deze niet expliciet genoemd wordt in artikel 48 lid 1 sub c van Pro de Wet op het Consumentenkrediet, bevoegd is om de verklaring schuldsanering af te geven. Dit volgt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad en de recente ontwikkelingen in wetgeving en beleidsregels.
Inhoudelijk wees de rechtbank het verzoek tot dwangakkoord af omdat verzoekers niet te goeder trouw waren. De heer [verzoeker] had betalingen van debiteuren omgeleid naar een andere bankrekening, buiten de macht van de Rabobank, en had andere schuldeisers wel voldaan terwijl de Rabobank onbetaald bleef. Tevens was onvoldoende onderbouwing geleverd voor de vermeende aflossingen en was de inspanning om afloscapaciteit te vergroten onvoldoende.
Gezien het feit dat de Rabobank 98,5% van de totale schuldenlast vertegenwoordigt en mogelijk de enige schuldeiser is, weegt haar belang zwaarder dan dat van verzoekers. De rechtbank concludeerde dat de Rabobank in redelijkheid haar instemming mocht weigeren en wees het verzoek af.
Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling blijft in stand en zal bij afzonderlijk vonnis worden behandeld.
Uitkomst: Het verzoek tot het vaststellen van het dwangakkoord wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw en de redelijke weigering van de Rabobank.