ECLI:NL:RBUTR:2012:BY3278
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.W.G. de Beer
- E.A. Messer
- C.S.K. Fung Fen Chung
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minderjarige voor twee diefstallen met insluiping en woninginbraak
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak van een minderjarige verdachte die werd verdacht van twee diefstallen gepleegd in 2008 en 2010. Het eerste feit betrof diefstal uit een studio bij een woning, waarbij diverse goederen werden weggenomen door verbreking van contactsloten van bromfietsen. Het tweede feit betrof een woninginbraak samen met een mededader, waarbij braak werd gepleegd door het ingooien van een ruit.
De rechtbank achtte het eerste feit wettig en overtuigend bewezen op basis van onder meer sporenonderzoek, waaronder een bloedspoor en een speekselspoor op een sigaret, en vond het alternatieve scenario van de verdediging niet aannemelijk. Het medeplegen van het eerste feit werd niet bewezen. Het tweede feit werd eveneens bewezen verklaard op basis van aangifte, technisch rechercheonderzoek en een NFI-rapport.
De verdachte werd vrijgesproken van overige ten laste gelegde feiten. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de impact op slachtoffers, en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder eerdere veroordelingen en rapportages van jeugdzorg en reclassering.
De rechtbank veroordeelde de minderjarige tot een werkstraf van 120 uur, die kan worden vervangen door 60 dagen jeugddetentie indien de werkstraf niet wordt uitgevoerd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer onder leiding van de kinderrechter.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur, vervangend door 60 dagen jeugddetentie.