ECLI:NL:RBUTR:2012:BY3523
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn
- A. van Maanen
- M.H.L. Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bijstandsfraude wegens ontbreken opzet nalaten opgave vermogen
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van bijstandsfraude door het niet opgeven van vermogen op Luxemburgse bankrekeningen aan de uitkeringsinstantie in de periode van 1 januari 2004 tot en met 20 april 2011.
Verdachte was gemachtigde van bankrekeningen die toebehoorden aan zijn ouders. Na het overlijden van zijn vader en moeder werd het vermogen overgeschreven naar hem en een medeverdachte, conform het testament van zijn moeder. Verdachte verklaarde dat hij in de veronderstelling verkeerde dat het vermogen niet van hem was en dat hij geen feitelijke beschikking had over het tegoed.
De officier van justitie stelde dat verdachte juridisch kon beschikken over het vermogen en dat dit opgaveplichtig was. De verdediging betoogde dat verdachte geen opzet had en geen voordeel genoot van het vermogen. De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte juridisch kon beschikken, niet aannemelijk was dat hij feitelijk over het vermogen beschikte of daarvan profiteerde.
Gezien de omstandigheden en het testament concludeerde de rechtbank dat verdachte niet bewust was van de opgaveplicht en sprak hem vrij van het ten laste gelegde feit van bijstandsfraude.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van opzet bij het nalaten van opgave van vermogen aan de uitkeringsinstantie.