ECLI:NL:RBUTR:2012:BY3525
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn
- A. van Maanen
- M.H.L. Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bijstandsfraude wegens ontbreken opzet nalaten opgave vermogen
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van bijstandsfraude door het nalaten van het opgeven van vermogen op Luxemburgse bankrekeningen tussen 2004 en 2011. Verdachte was gemachtigde van deze rekeningen, die toebehoorden aan haar schoonouders, en beschikte daar juridisch over.
De officier van justitie stelde dat verdachte het vermogen had moeten opgeven aan de uitkeringsinstantie, omdat zij juridisch over de tegoeden kon beschikken. De verdediging voerde aan dat het vermogen niet van verdachte was, zij er geen feitelijk gebruik van maakte en zij in de veronderstelling verkeerde dat het vermogen niet aan haar toebehoorde.
De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte juridisch kon beschikken over het vermogen, niet aannemelijk was dat zij hier feitelijk over beschikte of voordeel uit trok. Het testament van de schoonmoeder en de verdeling van het vermogen na overlijden ondersteunen deze verklaring. Daarom is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk heeft nagelaten het vermogen op te geven. Verdachte wordt vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van opzet om vermogen niet op te geven.