ECLI:NL:RBUTR:2012:BY3935
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlaging aanvullende inkomensvoorziening ouderen wegens onjuiste afstemming op vermogen
Eiser ontvangt sinds zijn 65e een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), ter vervanging van zijn eerdere WWB-uitkering. Verweerder heeft de AIO verlaagd met 18% vanwege het vermogen dat eiser tijdens de bijstandperiode heeft opgebouwd. Dit vermogen bestond uit gespaarde bijstandsgelden.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 34, tweede lid, onder c, WWB deze spaargelden niet als vermogen mogen worden meegeteld bij de bijstandsverlening. Verweerder heeft geen kenbaar beleid vastgesteld over de afstemming van de AIO op de feitelijke behoefte, terwijl volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep afstemming slechts in zeer bijzondere situaties is toegestaan.
Eiser heeft sober geleefd en zijn bijstand gespaard, wat niet onverenigbaar is met bijstandverlening. De rechtbank oordeelt dat de verlaging van de AIO onterecht is en vernietigt het bestreden besluit. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot verlaging van de AIO en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen.