ECLI:NL:RBUTR:2012:BY3947
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen bij aannemingsbedrijf
De rechtbank Utrecht behandelde het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een grondwerker bij een aannemingsbedrijf dat haar verliesgevende grond-, weg- en waterbouw (GWW)-activiteiten beëindigt. De onderneming kampte met aanzienlijke verliezen en een negatieve liquiditeitspositie, waardoor een reorganisatie noodzakelijk werd geacht.
De werkgever had het afspiegelingsbeginsel toegepast bij de selectie van werknemers voor ontslag, waarbij functies binnen de GWW-afdeling als niet-uitwisselbaar met die van sloop en speciale projecten werden beschouwd. De werknemer betwistte dit en voerde aan dat grondwerkers ook op andere projecten werden ingezet, waardoor functies uitwisselbaar zouden zijn. De rechtbank oordeelde echter dat de functies niet zodanig vergelijkbaar zijn dat ze gelijkgesteld kunnen worden voor ontslagvolgorde.
De werknemer stelde ook dat de werkgever geen ondernemingsraad had ingesteld, waardoor adviesplicht niet was nageleefd, en dat de bedrijfseconomische noodzaak ontbrak. Deze verweren werden verworpen. De rechtbank achtte de financiële situatie van de werkgever ernstig en vond het reorganisatiebesluit gerechtvaardigd. Tevens werd een ontslagvergoeding toegekend van circa €40.000 bruto, berekend met een correctiefactor van 0,5 vanwege de financiële situatie van de werkgever en de korte termijn van ontbinding. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 december 2012 met een vergoeding van €40.000 bruto toegekend.