ECLI:NL:RBUTR:2012:BY3949
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen bij aannemingsbedrijf
De rechtbank Utrecht behandelde het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een shovelmachinist bij een aannemingsbedrijf dat zich richt op grond-, weg- en waterbouw (GWW), sloopwerkzaamheden en speciale projecten. Door de financiële crisis leed het bedrijf sinds 2008 verliezen, met name in de GWW-afdeling, waardoor besloten werd deze werkzaamheden te beëindigen en het personeelsbestand te verminderen.
De werkgever voerde bedrijfseconomische redenen aan voor het ontslag en hanteerde het afspiegelingsbeginsel bij de selectie van werknemers. De werknemer betwistte de noodzaak van het ontslag, de toepassing van het afspiegelingsbeginsel en de hoogte van de vergoeding. Ook stelde hij dat de werkgever geen ondernemingsraad had ingesteld, wat de medezeggenschap zou hebben beperkt.
De rechtbank oordeelde dat de werkgever voldoende bedrijfseconomische gronden had voor de reorganisatie en dat het afspiegelingsbeginsel correct was toegepast, aangezien functies binnen de verschillende afdelingen niet uitwisselbaar waren. Het ontbreken van een ondernemingsraad leidde niet tot gevolgen voor het ontbindingsverzoek. De kantonrechter kende een vergoeding toe van €70.000 bruto, gebaseerd op 45 gewogen dienstjaren en een correctiefactor van 0,5, waarbij rekening werd gehouden met de financiële situatie van de werkgever en de fictieve opzegtermijn.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 december 2012. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij partijen elk hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 december 2012 met een vergoeding van €70.000 bruto.