ECLI:NL:RBUTR:2012:BY4038
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Krol
- E.A. Messer
- Z.J. Oosting
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak meineed oud-rechter wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs
De rechtbank Utrecht behandelde de strafzaak tegen een oud-rechter die werd verdacht van meineed tijdens een voorlopig getuigenverhoor in een civiele zaak rond Chipshol. De verdenking hield in dat de verdachte opzettelijk valse verklaringen had afgelegd over zijn relatie met een medeverdachte, eveneens oud-rechter.
De zaak draaide om de vraag of de verdachte bewust onjuiste verklaringen had gegeven over de frequentie en aard van privécontacten met de medeverdachte, die betrokken was bij civiele procedures over grondontwikkeling rondom Schiphol. De officieren van justitie baseerden hun eis deels op verklaringen van een getuige die belastende uitspraken deed, ondersteund door afgeluisterde telefoongesprekken.
De verdediging betoogde dat deze getuigenverklaringen onbetrouwbaar waren en dat er geen aanvullend steunbewijs was, waardoor niet aan het wettelijk bewijsminimum werd voldaan. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen onvoldoende steun vonden in andere bewijsmiddelen en dat de verklaringen van andere getuigen geen steunbewijs vormden. Ook de anonieme brief en de verklaringen van de auteur daarvan werden als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen, die bij de burgerlijke rechter kunnen worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van meineed wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.