ECLI:NL:RBUTR:2012:BY4219
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid bij leningsovereenkomst zonder toestemming ex-echtgenote
De rechtbank Utrecht behandelde een zaak waarin ABN Amro Bank vorderde dat een besloten vennootschap en haar bestuurder, die zich hoofdelijk mede-aansprakelijk had gesteld voor een lening, zouden worden veroordeeld tot betaling van een restschuld.
De bestuurder was gehuwd geweest, maar zijn ex-echtgenote had geen toestemming gegeven voor de tweede leningsovereenkomst waarbij hij zich mede-aansprakelijk stelde. De rechtbank oordeelde dat deze tweede overeenkomst een nieuwe leningsovereenkomst vormde en niet slechts een voortzetting van de eerste. Omdat de ex-echtgenote niet had getekend en geen toestemming had gegeven, vernietigde de rechtbank de aansprakelijkheid van de bestuurder op grond van artikel 1:88 BW Pro.
ABN Amro had betoogd dat de ex-echtgenote niet tijdig haar vernietiging had ingeroepen en dat zij niet op de hoogte was, maar de rechtbank verwierp dit beroep op verjaring. De vennootschap werd veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag met rente en proceskosten, terwijl de vordering tegen de bestuurder werd afgewezen en ABN Amro in diens proceskosten werd veroordeeld.
Uitkomst: De vennootschap wordt veroordeeld tot betaling van de restschuld, de bestuurder niet wegens ontbrekende toestemming ex-echtgenote.