ECLI:NL:RBUTR:2012:BY5238
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot feitelijk gebruik van gehuurde apotheekruimte niet aangenomen
Tussen partijen bestaat een huurovereenkomst voor een winkelruimte die wordt gebruikt als apotheek, lopende tot 30 april 2015. Verhuurder Lisman en Lisman vordert dat huurder Mediq de winkelruimte daadwerkelijk als apotheek blijft gebruiken tot het einde van de huurovereenkomst, met een dwangsom bij niet-nakoming.
De rechtbank onderzoekt de bepalingen van de huurovereenkomst, met name artikel 8, en concludeert dat deze geen verplichting tot feitelijk gebruik van de apotheekruimte bevat. Lid 2 en 4 van artikel 8 beperken Pro zich tot de bestemming van het gehuurde, niet tot het voortdurende gebruik daarvan. Ook de verplichting om het gehuurde als een goed huurder te gebruiken, impliceert geen gebruiksverplichting tot het einde van de huur.
De rechtbank weegt daarnaast de belangen van beide partijen, waaronder het belang van Mediq om zich aan te sluiten bij een gezondheidscentrum en de mogelijkheid voor verhuurder om een andere huurder te zoeken. Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van een exploitatieverplichting wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt Lisman en Lisman tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot feitelijk gebruik van de apotheekruimte tot het einde van de huurovereenkomst wordt afgewezen.