ECLI:NL:RBUTR:2012:BY5283
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van het bij zich hebben van cocaïne
De rechtbank Utrecht behandelde op 26 november 2012 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het bij zich hebben van 4,18 gram cocaïne op 27 april 2012 in Utrecht. De officier van justitie achtte het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, terwijl de verdediging vrijspraak vorderde vanwege gebrek aan bewijs.
De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding geldig was en dat zij bevoegd was de zaak te behandelen. Bij de beoordeling van het bewijs concludeerde de rechtbank dat de verklaringen van de verbalisanten niet bewezen dat verdachte daadwerkelijk iets in de vuilnisbak had gegooid. Ook de camerabeelden toonden niet aan dat verdachte de cocaïne in de vuilnisbak deponeerde. Er waren geen andere bewijsmiddelen die dit konden bevestigen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. Tevens werd de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf afgewezen omdat de vrijspraak geen grond bood voor uitvoering. Het in beslag genomen geld werd aan verdachte teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van het bezit van cocaïne.