ECLI:NL:RBUTR:2012:BY5320
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf na niet-naleving bijzondere voorwaarden
De rechtbank Utrecht behandelde op 12 november 2012 de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf die was opgelegd bij het onherroepelijk vonnis van 16 april 2012. De veroordeelde had zich niet gehouden aan de bijzondere voorwaarden, waaronder het melden bij de reclassering en het ondergaan van behandeling.
De officier van justitie verzocht om omzetting van een deel van de voorwaardelijke gevangenisstraf in een werkstraf en verlenging van de proeftijd, vanwege het belang van behandeling gezien het strafblad van de veroordeelde. De verdediging stelde primair dat de vordering moest worden afgewezen of aangehouden, omdat de veroordeelde niet tijdig schriftelijk was geïnformeerd en vanwege zijn beperkingen.
De rechtbank kon niet vaststellen of de oproepingen de veroordeelde daadwerkelijk hadden bereikt en oordeelde dat de veroordeelde onvoldoende actief was geweest in het contact met de reclassering. Gezien alle omstandigheden gaf de rechtbank de veroordeelde een laatste kans om actief mee te werken aan de voorwaarden, met de verplichting binnen twee werkdagen contact op te nemen met de reclassering.
De rechtbank wees de vordering van de officier van justitie af en legde de nadruk op het belang van naleving van de bijzondere voorwaarden tijdens de proeftijd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf af en geeft de veroordeelde een laatste kans om aan de bijzondere voorwaarden te voldoen.