ECLI:NL:RBUTR:2012:BY6008
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering voortzetting huur na overlijden huurder wegens ontbreken duurzame gemeenschappelijke huishouding
Mevrouw grootmoeder huurde sinds 2006 een woning en overleed op 11 januari 2012. Haar kleindochter en diens vriend vorderden voortzetting van de huur op grond van artikel 7:268 BW Pro. Mitros stelde dat zij niet voldeden aan de vereisten voor voortzetting en dat zij zonder recht in de woning verbleven.
De kantonrechter oordeelde dat de vordering binnen de wettelijke termijn was ingesteld, maar dat geen duurzame gemeenschappelijke huishouding bestond tussen de overleden huurder en de bewoners. De kleindochter was in april 2011 ingetrokken om voor haar grootmoeder te zorgen, die ernstig ziek was, maar de situatie was tijdelijk en aflopend. Mevrouw grootmoeder verbleef ook bij haar zoon en was opgenomen in het ziekenhuis.
De kantonrechter achtte de intenties en feitelijke omstandigheden onvoldoende voor het aannemen van een duurzame huishouding. De vordering tot voortzetting van de huur werd afgewezen en de ontruiming van de woning toegewezen. De kantonrechter wees de machtiging tot zelfuitvoering van ontruiming af, maar verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vordering tot voortzetting huur afgewezen; eisers veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en proceskosten.