ECLI:NL:RBUTR:2012:BY6859
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanlegvergunning uitbreiding boomgaard zonder blijvende afbreuk landschappelijke waarden
De rechtbank Utrecht behandelde het beroep tegen de aan de vergunninghouder verleende omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een boomgaard en het aanleggen van een elshaag op een perceel met landschappelijke waarden. Eisers voerden aan dat de vergunning in strijd was met het bestemmingsplan en dat de uitbreiding blijvende afbreuk zou doen aan het landschap. Ook werd aangevoerd dat een waterhuishoudkundige vergunning ontbrak en dat een spuitzone niet was meegenomen.
Tijdens de procedure werd een deskundigenadvies van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) ingewonnen. De StAB concludeerde dat de uitbreiding slechts beperkt invloed had op de landschappelijke waarden en geen blijvende afbreuk veroorzaakte. De rechtbank volgde dit advies en oordeelde dat de vergunning terecht was verleend. Het eerdere besluit werd echter vernietigd voor zover het ten onrechte aannam dat een waterhuishoudkundige aanlegvergunning niet nodig was; dit gebrek werd hersteld met een gewijzigd besluit.
Andere aangevoerde bezwaren, zoals het niet in acht nemen van een spuitzone, milieuaspecten en de aard van de beregeningsinstallatie, werden door de rechtbank verworpen omdat deze niet binnen het toetsingskader van de Wabo vielen. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten aan eisers wegens het geslaagde beroep op het waterhuishoudkundige punt.
De uitspraak bevestigt dat binnen het limitatief-imperatieve stelsel van de Wabo alleen specifieke weigeringsgronden kunnen leiden tot weigering van een omgevingsvergunning, en dat de uitbreiding van de boomgaard binnen deze kaders toelaatbaar is.
Uitkomst: De aanlegvergunning voor de uitbreiding van de boomgaard blijft in stand, met vernietiging van het eerdere besluit wegens ontbrekende waterhuishoudkundige vergunning.