ECLI:NL:RBUTR:2012:BY6860
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling na onduidelijkheid bewijs
Op 1 september 2011 zou verdachte te Utrecht het slachtoffer met een trap tegen het hoofd hebben geprobeerd te doden of zwaar letsel hebben toegebracht. De rechtbank heeft het bewijs kritisch onderzocht, waarbij zowel belastende als ontlastende getuigenverklaringen werden afgewogen.
De verklaringen waren tegenstrijdig en onduidelijk door de hectiek van het incident. Hoewel enkele getuigen verdachte belastten, werden deze verklaringen weersproken door anderen die een onbekende persoon als dader aanwezen. Het letsel van het slachtoffer, een niet-verplaatste neusbreuk en een oppervlakkige huidwond, paste niet specifiek bij de ten laste gelegde feiten.
Verdachte heeft geen geweldsverleden en was consistent in zijn verklaringen, waaronder dat hij handelde uit zelfverdediging. De rechtbank concludeerde dat ondanks wettig bewijs de overtuiging ontbrak dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en sprak hem vrij. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling wegens onvoldoende overtuigend bewijs.